Merkly Team
BroncontroleOnafhankelijk redactieteam
Onafhankelijk · schrijft en controleert sinds 2024
Cijfers gecontroleerd bij
De beste maanden voor zonnepanelen in Nederland zijn mei, juni en juli, waarbij mei op een zuiddak met 35 graden helling gemiddeld 130–145 kWh per kWp oplevert op basis van KNMI-instraaldata en PVOutput-vergelijkingen over 2020–2024.
Korte samenvatting
- Mei is statistisch de beste maand: 130–145 kWh/kWp op een zuiddak (35°), door lage paneltemperaturen gecombineerd met lange daglengte.
- Juni levert 125–145 kWh/kWp, juli 120–138 kWh/kWp; bewolkte zomers (2021, 2023) trekken die ranges naar beneden.
- Zeeland en Zuid-Holland liggen structureel 5–8% boven het landelijk gemiddelde; het verschil met Groningen bedraagt op jaarbasis 60–90 kWh/kWp.
- Na 1 januari 2027 vervalt de salderingsregeling volledig; zelfverbruik in de overgangsmaanden (maart–april, september) wordt financieel waardevoller dan piekopbrengst in juni.
Welke beste maanden zonnepanelen leveren in Nederland de hoogste kWh/kWp op?
Op een zuiddak met 35 graden helling vormen mei, juni en juli de top drie. Wat opvalt: mei eindigt over de periode 2020–2024 gemiddeld minstens gelijk aan of beter dan juli. De reden is een combinatie van bijna even lange daglengte (mei heeft gemiddeld zo’n 15,5 uur daglicht, juli 15,7 uur) en een veel lagere omgevingstemperatuur. Op een heldere meidag werkt het paneel op 25–35°C, dicht bij de STC-testomstandigheden van 25°C. In juli loopt diezelfde cel bij 28°C buitentemperatuur al op tot 55–65°C.
Een installateur in Drenthe zag dat patroon duidelijk terug in de monitoringdata van een klant met LONGi Hi-MO 6-panelen: mei 2023 leverde 142 kWh/kWp, terwijl juli 2023 door bewolking slechts 118 kWh/kWp haalde. Dat is geen uitzondering. Bewolkte julies zoals 2021 en 2023 zorgden landelijk voor teleurstellende zomerresultaten.
December is de slechtste maand, maar levert op een zuiddak nog altijd 8–15 kWh/kWp. Wie denkt dat de panelen in de winter “niets doen”, onderschat de opbrengst op heldere winterdagen. Welk merk het beste presteert bij lage instraling in de winter hangt sterk af van de celtechnologie.
Samengevat: mei is statistisch de beste maand voor zonnepanelen in Nederland, met 130–145 kWh/kWp op een optimaal zuiddak.
Waarom overtreffen heldere aprilagen soms warme augustusdagen?
Dit fenomeen verklaren de temperatuurcoëfficiënt van vermogen (Pmax). Bij een standaard PERC-paneel ligt die coëfficiënt op -0,35 tot -0,45%/°C. Bij een heldere aprildag met 12°C buitentemperatuur werkt het paneel op 25–35°C, zodat het verlies verwaarloosbaar is. In augustus bij 28°C buiten loopt het paneel op 55–65°C, wat neerkomt op een temperatuurstijging van 30–40°C boven de STC-referentie van 25°C. Het vermogensverlies bedraagt dan 10–18%. De daglengte in april (circa 14 uur) versus augustus (circa 15 uur) compenseert dat verlies op een stralende aprildag ruimschoots niet.
Concreet voor een systeem van 10 panelen à 450 Wp (4.500 Wp piek): in juli levert het bij normale condities theoretisch 450–550 kWh. Tijdens een hittegolf met 35°C buitentemperatuur loopt de paneltemperatuur op tot 60–70°C. Met een Pmax-coëfficiënt van -0,45%/°C kost dat 15–20% vermogen, ofwel 70–100 kWh verlies in een hittegolfperiode van twee tot drie weken. PVOutput-gebruikers in Brabant rapporteerden in augustus 2022 verliezen tot 18% ten opzichte van de modelverwachting op de heetste weken. U leest meer over dit effect in ons artikel over opbrengstverlies in de zomer door temperatuur.
Een HJT-paneel (zoals van REC of Panasonic) heeft een coëfficiënt van slechts -0,26%/°C. Dat leidt bij een hittegolf tot een verlies van 9–12% tegenover 15–20% voor PERC, een verschil van 35–50 kWh per maand in extreme periodes.
Samengevat: de temperatuurcoëfficiënt is op heldere warm-koude dagen doorslaggevender dan de daglengte alleen, waardoor april regelmatig beter scoort dan augustus.
Beste maanden zonnepanelen per provincie: Zeeland vs Groningen
Zeeland ontvangt van alle Nederlandse provincies de hoogste zonnestraling, zoals bevestigd door KNMI klimaatoverzichten. Op basis van PVGIS- en KNMI-klimaatdata ziet de beste zes maanden er voor een zuiddak op 35° als volgt uit:
| Maand | Zeeland (kWh/kWp) | Groningen (kWh/kWp) | Verschil |
|---|---|---|---|
| Mei | 140–150 | 128–140 | ~8–12 |
| Juni | 138–148 | 125–138 | ~10–13 (grootste absolute verschil) |
| Juli | 128–140 | 118–130 | ~8–10 |
| April | 100–115 | 92–108 | ~5–8 |
| Augustus | 118–132 | 108–122 | ~6–10 |
| Maart | 75–90 | 68–82 | ~5–8 |
| December | 10–16 | 8–13 | ~2–5 |
Het absolute verschil tussen Zeeland en Groningen is het grootst in juni. Op jaarbasis loopt het op tot 60–90 kWh/kWp. Voor een systeem van 4.500 Wp betekent dat een verschil van 270–405 kWh per jaar, ofwel een paar tientallen euro’s aan elektriciteitswaarde. Wilt u zien hoe oriëntatie en dakhelling uw specifieke situatie beïnvloeden? Lees dan ook hoe oriëntatie en dakhelling uw vermogen bepalen.
Samengevat: juni levert het grootste absolute verschil tussen Zeeland en Groningen op; op jaarbasis scheelt het 60–90 kWh/kWp ten gunste van Zeeland.
Welk paneel presteert het best in de zwakke maanden oktober tot februari?
Voor de periode oktober tot februari geldt diffuse instraling als norm. Bij irradianties onder 300 W/m² presteert HJT-technologie het sterkst. HJT-cellen bereiken een low-light rendement van 95–97% bij 200 W/m², tegenover 90–93% voor een standaard PERC. TOPCon-panelen zoals de LONGi Hi-MO X6 en de JA Solar DeepBlue 4.0 zitten daar tussenin: 93–95%. In de wintermaanden levert dat 4–8% extra kWh ten opzichte van PERC. Op jaarbasis is het voordeel bescheidener (2–4%), omdat de zomermaanden de totaalsom domineren.
HJT-panelen zijn prijziger: rekent u op €0,05–0,10 per Wp meerprijs. Voor een Gronings gezin met warmtepomp, dat in december en januari gemakkelijk 600–900 kWh per maand verbruikt, is dat extra rendement in november en december aantoonbaar de investering waard. Een 10-panelensysteem van 4.500 Wp levert in die maanden 135–270 kWh, terwijl het tekort 350–750 kWh per wintermaand bedraagt. Accepteer dat tekort, en focus de systeemkeuze op de overige tien maanden. U vindt een uitgebreide vergelijking in ons artikel over HJT versus TOPCon zonnepanelen in Nederland.
Een thuisbatterij helpt nauwelijks in december: er is simpelweg te weinig zonne-energie om op te slaan. Stuur uw warmtepomp liever slim op goedkope netstroom in februari en maart, wanneer de eigen opwek al toeneemt maar het systeem nog niet overbelast raakt. Meer over die combinatie leest u in het artikel over zonnepanelen combineren met een warmtepomp.
Samengevat: HJT-panelen leveren in de wintermaanden 4–8% meer kWh dan PERC en zijn daarmee de beste keuze voor wie de zwakke maanden wil optimaliseren.
Hoe verschuift de financieel beste maand na het wegvallen van de saldering in 2027?
De salderingsregeling stopt volledig op 1 januari 2027. Tot en met 31 december 2026 saldeert u 100% van de teruggeleverde stroom. Daarna ontvangt u alleen een terugleververgoeding, die energieleveranciers in 2026 doorgaans vaststellen op €0,04–0,09 per kWh, tegenover een leveringstarief van €0,25–0,35 per kWh. Dat verschil van €0,20–0,28 per kWh maakt elke extra kWh die u zelf verbruikt aanzienlijk waardevoller dan stroom die u teruglevert.
Financieel verschuift de meest waardevolle maand daardoor van de piekopbrengstmaanden (mei–juni) naar de maanden met de hoogste zelfconsumptie. Voor een werkend gezin dat overdag weinig thuis is, zijn dat maart, april en september: de opwek is dan groot genoeg om het verbruik’s ochtends en ’s avonds deels te dekken via een slimme omvormer of thuisbatterij, terwijl de middag-surplus kleiner is dan in de piekzomer. De eenvoudige rekenregel: zelfverbruikte kWh x leveringstarief minus teruggeleverde kWh x terugleververgoeding. Na 2027 is één extra kWh zelfconsumptie €0,20–0,28 meer waard.
Een oost-west opstelling op een rijtjeshuis, die het verbruik ’s ochtends en ’s avonds beter dekt, wordt na 2027 financieel aantrekkelijker dan vóór die datum. Op jaarbasis levert oost-west 10–15% minder kWh/kWp dan een zuiddak, maar in de overgangsmaanden (maart, april, september, oktober) slinkt dat nadeel tot 8–12%, terwijl de spreiding over de dag juist toeneemt. Lees ook onze vergelijking van de terugverdientijd voor een oost-west dak per provincie. Voor de keuze van een geschikte omvormer bij een oost-west systeem verwijzen we naar ons overzicht van de beste omvormers voor zonnepanelen in 2026.
Volgens Milieu Centraal levert een gemiddeld huishouden in de zomermaanden beduidend meer terug dan het verbruikt. Na 2027 is precies dat overtollige deel het minst waard. Wie zijn systeem nu installeert, doet er verstandig aan ook naar het patroon van zijn eigen stroomverbruik te kijken, en niet alleen naar de piekopbrengst van het paneel.
Samengevat: na 1 januari 2027 zijn maart, april en september financieel waardevoller dan mei en juni, omdat zelfconsumptie dan €0,20–0,28 per kWh meer oplevert dan teruglevering.
LONGi vs JA Solar in de overgangsmaanden: is er een aantoonbaar verschil?
Eerlijk antwoord: in de overgangsmaanden maart, april, september en oktober is het opbrengstverschil tussen de LONGi Hi-MO X6 en de JA Solar DeepBlue 4.0 verwaarloosbaar klein. Beide zijn N-type TOPCon-panelen met vergelijkbare temperatuurcoëfficiënten (-0,30 tot -0,35%/°C) en vergelijkbare low-light-specificaties. In gecontroleerde Nederlandse veldsituaties bedraagt het opbrengstverschil op jaarbasis 0–2%, bevestigd door RETC- en TÜV-testresultaten.
Waar de twee merken wél subtiel van elkaar verschillen, zijn de garantievoorwaarden. LONGi geeft 30 jaar productgarantie met 88,1% resterende vermogen na jaar 25 (degradatie circa 0,40%/jaar). JA Solar biedt eveneens 30 jaar, maar garandeert 87,4% na jaar 25 (circa 0,45%/jaar). Dat kleine verschil telt over 25 jaar op tot 2–4 kWh/kWp/jaar extra bij LONGi, een voordeel dat relevanter is dan eventuele maandverschillen in de herfst. Meer details leest u in onze LONGi zonnepanelen review en de JA Solar review 2026.
Samengevat: LONGi en JA Solar presteren in de overgangsmaanden nagenoeg identiek; het langetermijnvoordeel van LONGi zit in een iets lagere jaarlijkse degradatie (0,40% vs 0,45%).
Hoe benchmarkt u uw eigen maandopbrengst betrouwbaar?
Het meest toegankelijke basismodel is PVGIS van het Joint Research Centre (JRC), dat gebruik maakt van TMY-satellietdata en vrij toegankelijk is. Voor benchmarking met werkelijke Nederlandse installaties is PVOutput.org de beste aanvulling: duizenden Nederlandse systemen leveren dagelijks meetdata aan.
Houd rekening met de beperking van PVGIS: op jaarbasis is de afwijking -5% tot +8%, maar per maand lopen de afwijkingen op. December en januari kunnen 20–35% afwijken omdat één helder winterweekend de gemiddelden sterk beïnvloedt. In de zomermaanden is de afwijking kleiner: doorgaans 5–12%. PBL-evaluaties en SDE-monitoringrapportages van RVO bevestigen dat modellen de winteropbrengst vaker onderschatten dan overschatten. Wilt u uw eigen systeem maandelijks vergelijken? Ons artikel over zonnepanelen opbrengst controleren legt uit hoe u dat stap voor stap aanpakt.
Samengevat: gebruik PVGIS als startpunt en PVOutput voor realistische benchmarks; wintermaanden wijken tot 35% af van het model, zomermaanden 5–12%.
Onze analyse: welke maand en welk systeem passen het best bij uw situatie?
Onze analyse: wie uitsluitend kijkt naar de hoogste kWh-opbrengst, kiest mei als doel en een TOPCon-paneel (LONGi Hi-MO X6 of JA Solar DeepBlue 4.0) als technologie. Dat is een solide keuze voor zuidgerichte daken in Zeeland en Zuid-Holland. Maar voor een gezin met warmtepomp in Groningen of Drenthe verschuift de prioriteit: HJT-technologie met een lage temperatuurcoëfficiënt van -0,26%/°C levert in november en december aantoonbaar meer kWh, terwijl de meerprijs van €0,05–0,10/Wp over 25 jaar terugverdiend wordt via extra winteropbrengst én een lagere hittestraf in augustus.
Na 1 januari 2027 verandert het financiële plaatje verder. Een oost-west systeem met micro-omvormers van Enphase (IQ8-serie) spreidt de opwek beter over de dag en verhoogt de zelfconsumptie in de overgangsmaanden met 3–5% ten opzichte van een string-omvormer met zuiddak. Bij een leveringstarief van €0,30/kWh en een terugleververgoeding van €0,06/kWh is dat verschil €0,24 per kWh, wat al snel tientallen euro’s per jaar scheelt. De “beste maand” qua financieel rendement is na 2027 dus niet meer mei, maar de maand waarin uw verbruiksprofiel het best samenvalt met uw opwek.
Conclusie
Mei, juni en juli zijn de beste maanden voor zonnepanelen in Nederland op een zuiddak met 35 graden helling. Mei scoort gemiddeld het hoogst (130–145 kWh/kWp), mede door lage paneltemperaturen. Heldere aprilagen overtreffen warme augustusdagen doordat de temperatuurcoëfficiënt zwaarder weegt dan een iets kortere dag. Zeeland haalt structureel 5–8% meer dan het landelijk gemiddelde; het verschil met Groningen bedraagt op jaarbasis 60–90 kWh/kWp.
Voor de wintermaanden presteert HJT het best, voor de rest van het jaar is TOPCon een uitstekende keuze. Na 2027 zijn de overgangsmaanden financieel het waardevolst voor wie hoog zelfverbruik nastreeft. Stem uw systeemkeuze dus af op uw verbruiksprofiel, uw provincie én het jaar 2027 als kantelpunt.
Verdiep u verder in de temperatuurcoëfficiënten van de belangrijkste merken, of bekijk hoeveel een 10-panelensysteem per maand oplevert in 2026.
Veelgestelde vragen over de beste maanden voor zonnepanelen
Welke maand levert zonnepanelen in Nederland gemiddeld de meeste kWh/kWp op?
Mei is over de periode 2020–2024 gemiddeld de beste maand: een zuiddak met 35° helling haalt 130–145 kWh/kWp, iets meer dan juni (125–145 kWh/kWp), omdat de lagere paneltemperatuur in mei het vermogensverlies beperkt.
Waarom scoort juli soms slechter dan mei, ondanks meer zon en warmte?
Bij hoge buitentemperaturen (25–35°C) loopt de paneltemperatuur op tot 55–70°C; bij een temperatuurcoëfficiënt van -0,45%/°C (PERC) kost dat 15–20% vermogen. Mei heeft vergelijkbare daglengte maar veel lagere omgevingstemperaturen, waardoor het paneel dichter bij STC-testomstandigheden werkt.
Hoeveel minder kWh/kWp levert een installatie in Groningen ten opzichte van Zeeland?
Op jaarbasis 60–90 kWh/kWp minder; het absolute maandverschil is het grootst in juni, wanneer Zeeland 10–13 kWh/kWp meer haalt dan Groningen op een vergelijkbaar zuiddak.
Welk celtype presteert het best in de wintermaanden bij diffuse instraling?
HJT-cellen (onder meer van REC en Panasonic) behalen bij 200 W/m² een low-light rendement van 95–97%, tegenover 90–93% voor PERC. In de praktijk levert dat in oktober–februari 4–8% extra kWh ten opzichte van PERC; de meerprijs bedraagt €0,05–0,10 per Wp.
Verandert de financieel beste maand na het wegvallen van de saldering per 1 januari 2027?
Ja. Na 2027 ontvang u een terugleververgoeding van €0,04–0,09/kWh in plaats van volledige saldering; elke zelfverbruikte kWh is €0,20–0,28 meer waard dan teruggeleverde stroom. Hierdoor worden maart, april en september financieel aantrekkelijker dan de piekopbrengstmaanden mei en juni voor huishoudens met een hoog dagverbruik overdag.
Is er een meetbaar opbrengstverschil tussen LONGi Hi-MO X6 en JA Solar DeepBlue 4.0 in de overgangsmaanden?
In de overgangsmaanden is het verschil verwaarloosbaar (0–2% op jaarbasis); beide zijn N-type TOPCon-panelen met vergelijkbare low-light-specificaties. Het langetermijnvoordeel van LONGi zit in een iets lagere degradatiesnelheid: 0,40%/jaar versus 0,45%/jaar bij JA Solar, wat na 25 jaar oploopt tot 2–4 kWh/kWp/jaar extra.
Hoe groot is de temperatuurstraf in een hittegolf van 35°C voor een 10-panelensysteem van 4.500 Wp?
Bij 35°C buitentemperatuur loopt de paneltemperatuur op tot 60–70°C; een PERC-paneel (-0,45%/°C) verliest 15–20% vermogen, ofwel 70–100 kWh in een hittegolfperiode van twee tot drie weken. Een HJT-paneel (-0,26%/°C) verliest slechts 9–12%, een verschil van 35–50 kWh per maand.
